Even voorstellen – Jeroen Dijkstra
Ik ben Jeroen Dijkstra, 57 jaar, woon in Markelo en ben vader van vier kinderen. Vier dagen per week werk ik als Netwerkcoördinator vso•pro in de arbeidsmarktregio Twente. Daarnaast ben ik één dag per week actief op een praktijkschool. Daar ben ik ooit begonnen als leraar en had ik ook de rol van stagecoördinator. Inmiddels ondersteun ik de huidige stagecoördinator, verzorg ik nazorg en houd ik me bezig met beleidsmatige zaken, vooral rondom de uitstroom van jongeren richting werk. Wat ik zo fijn vind is dat ik naast de coördinerende en adviserende kant van mijn werk ook operationeel bezig kan zijn. Zo kan ik ideeën in de praktijk toetsen en dat vind ik echt leuk.
Hoe ben je bij deze functie terechtgekomen?
Ik ben begonnen als docent basisonderwijs. In de laatste fase van mijn opleiding kwam ik in aanraking met jongeren die gedragsmatig wat uitdagender waren. Dat hoorde bij het voortgezet speciaal onderwijs en dat vond ik ontzettend interessant. Het triggerde mij om me verder te verdiepen in speciaal onderwijs. Na de Pabo heb ik daarom een HBO-plusopleiding gedaan en ben ik gaan werken in het speciaal voortgezet onderwijs.
Wat me vooral trok, was het opleiden van jongeren naar werk. Ik specialiseerde me daarin en kwam in een stage-team terecht als stagebegeleider en docent. Later werd ik coördinator van dat team en ben ik uiteindelijk ook beleidsmatig betrokken geraakt bij de uitstroom naar werk. Met de school hebben we in die tijd veel mooie dingen opgezet.
Toen kwam de vacature voor Netwerkcoördinator Twente voorbij. Ik heb me erin verdiept en het sprak me meteen aan. Het was een stap verder dan wat ik op dat moment deed en lag mooi in het verlengde van mijn werk: de koppeling tussen onderwijs, arbeidsmarkt, bedrijven, gemeenten en landelijke initiatieven. In juni ben ik hier twee jaar aan het werk.
Wat vind je het leukste aan deze rol?
Dat zijn eigenlijk meerdere dingen. In de eerste plaats de diversiteit aan werkzaamheden. Je hebt te maken met veel verschillende partijen en probeert daar steeds de verbinding tussen te leggen. Vanuit allerlei perspectieven werken mensen aan hetzelfde doel: jongeren uit het vso en pro laten excelleren, hun talenten ontwikkelen en hen helpen aan passend en duurzaam werk. Het mooie vind ik dat je vanuit al die verschillende invalshoeken input krijgt en samen echt iets kunt betekenen voor deze jongeren.
Daarnaast spreekt het werken op regionaal niveau me erg aan. Het gaat niet om één stad of dorp; in Twente werk je met veertien gemeenten. Daar meer uniformiteit in aanpak creëren is niet altijd eenvoudig, maar juist dat maakt het interessant en uitdagend.
Tegelijkertijd speelt het werk zich ook landelijk af. We nemen deel aan landelijke overlegtafels en als kartrekker van de werkgroep Beschut Werk zit ik aan tafel met het ministerie van OCW en SZW. Zo proberen we invloed uit te oefenen, zodat in Den Haag goed zicht is op wat er in de praktijk speelt en beleid en wetgeving zo worden ontwikkeld dat deze jongeren optimaal worden ondersteund.
Waarom is het netwerk vso en pro belangrijk volgens jou?
De doelgroep waar we voor werken bestaat uit jongeren met een kleine of grotere afstand tot de arbeidsmarkt. Zij hebben altijd een vorm van ondersteuning nodig. Tegelijkertijd hebben deze jongeren veel talenten. Als je die talenten echt wilt laten ontwikkelen en tot hun recht wilt laten komen, heb je meerdere partijen nodig. Een sterk netwerk is daarin essentieel.
Het is belangrijk dat iedereen die met deze jongeren werkt, zowel scholen, gemeenten als werkgevers, goed begrijpt wat er speelt en weet hoe ze het beste kunnen handelen. Alleen dan kun je samen voorkomen dat jongeren ergens in het proces uitvallen. Scholen leiden op richting werk, maar daarna volgt een warme overdracht naar een gemeente of werkgever. Dan is het belangrijk dat ook die partijen weten wat deze jongeren nodig hebben en hoe zij hen kunnen blijven ondersteunen.
Daarom is een goed functionerend netwerk onmisbaar. Binnen de regio streven we naar een zo uniform mogelijke werkwijze. Zo voorkom je dat er in het ene deel van de regio anders met vso en pro jongeren wordt omgegaan dan in het andere. Idealiter zou die eenduidigheid er landelijk zijn, maar op dit moment is het vooral belangrijk dat het regionaal goed georganiseerd is.
Wat is de grootste uitdaging in jouw regio?
Net als andere regio’s zijn we bezig geweest met de Wet van school naar duurzaam werk. Het regionale plan is inmiddels vrijwel afgerond en ingediend. Nu ligt de uitdaging vooral in de uitvoering.
De kern zit in de samenwerking tussen de verschillende partijen. Iedereen kijkt soms vanuit een eigen perspectief, terwijl je juist samen wilt optrekken en op het juiste moment de juiste stappen wilt zetten.
Elke partij heeft zijn eigen rol. Het is belangrijk om die gezamenlijk vast te leggen, zodat er duidelijkheid en commitment is en de afspraken in de praktijk ook echt worden nageleefd.
Als je naar jouw regio kijkt, heb je dan nog tips voor andere regio’s?
In Twente werken we binnen een netwerkorganisatie: de Twentse Belofte. Deze structuur bestond al voordat ik begon als netwerkcoördinator. Ik ben daarin goed ingebed in de governance. Als je als netwerkcoördinator een duidelijke plek hebt binnen de governance, zit je ook aan de juiste tafels. In Twente is dat goed geregeld. Mijn rol is voor alle partijen helder en dat werkt heel prettig.
Ik zit daardoor dicht op de praktijk en heb veel contact met gemeenten en andere partners. We werken met vaste overlegstructuren, wat erg belangrijk is. Denk aan overleggen met doorstroompunten, gemeentelijke beleidsmakers, ambtelijke overleggen, arbeidsmarktpartners en samenwerkingsverbanden. Die vaste momenten zorgen ervoor dat iedereen goed geïnformeerd blijft en dat informatie twee kanten op stroomt.
Daarnaast werken we in Twente al twee jaar met toekomstplannen. Iedere vso en pro leerling maakt samen met school een persoonlijk plan, gericht op vijf leefgebieden: netwerk, daginvulling, financiën, gezondheid en wonen. De zogenoemde Big Five. Problemen ontstaan zelden door één factor, maar vaak door een combinatie.
Het toekomstplan helpt jongeren overzicht te houden en kan, als dat nodig is, worden meegenomen naar bijvoorbeeld de gemeente. Zo zien betrokken partijen wat er speelt en waar de jongere naartoe wil werken. Het is het plan van de jongere zelf, dus delen gebeurt alleen als hij of zij dat wil.